(Leeuwarder Courant)

RIJS - Voor zo'n driehonderd inwoners van Rijs (en omstreken -red.) draaide de informatieavond over de komst van een omstreden asielzoekerscentrum in hun dorp maandag uit op een complete deceptie.

Het enige dat de gemeente De Friese Meren op de drukbezochte bijeenkomst kwijt wilde, was dat het overleg met Centraal Orgaan Asielzoekers (COA) maandag op niets is uitgelopen en de onderhandelingen over de komst van 500 vluchtelingen naar het recreatiepark Mooi Gaasterland tot nader order zijn opgeschort.

-Dinsdag meer in de Leeuwarder Courant-

De voorzitter van Dorpsbelang BMR Wink Blomsma heeft, ondanks de afwezigheid van Gemeente De Friese Meren en COA, een verklaring afgelegd:

Verklaring DorpsBelang BMR, bijeenkomst Rijs 24-11-14.

Hallo allemaal
Vanaf het moment dat we de plannen hoorden hebben we om overleg en inspraak gevraagd.
De Gemeente de Friese Meren heeft wel contact gehad met ons maar steeds gezegd dat zij op het besluit om een AZC in Rijs te vestigen geen invloed hebben.
Vanuit het COA wordt dit ontkent. Feit is dat, alle vragen en bezwaren ten spijt, het COA zonder overleg vooraf, rucksichtslos met zijn plannen over Rijs heen walst.
Hoe kan dat? Omdat de gemeente DFM dit toelaat. Terwijl er ook sprake is van een besturingsovereenkomst tussen DFM en COA, waar we pas vorige week voor het eerst van hoorden. Dus zonder goedkeuring van de gemeente gaat het niet.
Wij noemen dit onbehoorlijk bestuur van de zijde van het COA en de gemeente.
Wij eisen behoorlijk bestuur.
Behoorlijk bestuur is aan wettelijke bepalingen gebonden; dat houdt in:
Het zorgvuldigheidsbeginsel. Een bestuursorgaan moet de nodige kennis omtrent de relevante feiten verzamelen en alle belangen afwegen. De overheid moet dus een besluit zorgvuldig voorbereiden en nemen: correcte behandeling van de burger, zorgvuldig afwegen van wat de mensen willen en vinden, de procedure goed volgen en deugdelijke besluitvorming (art. 3:2 Algemene wet bestuursrecht)
Fair-play-beginsel. De overheid moet zich onpartijdig opstellen bij het nemen van een besluit en moet de noodzakelijke openheid en eerlijkheid in acht nemen (art. 2:4 Awb).
Vertrouwensbeginsel. De burger heeft recht op te weten dat goede gronden worden gehanteerd, en we moeten het gemeente-bestuur daarin kunnen vertrouwen.
De gemeente lapt deze wettelijk voorgeschreven bepalingen aan haar laars. Ze handelt niet democratisch en geeft niet het goede voorbeeld. De goede wil om mee te sturen wordt genegeerd.
DB BMR vindt dat zowel het COA als de gemeente op haar schreden moet terugkeren en in een open en transparant overleg met de inwoners de zaken regelen, zodat er met inspraak een acceptabel resultaat kan komen, en dat is:
Een passend AZC waarin een beperkt aantal vluchtelingen zich welkom voelen en een bevolking tegenkomen, die goed is voorbereid hen opvangt en het vertrouwen heeft dat er geen problemen komen. Gemeente en COA: het is zo simpel om een zeker draagvlak te creëren, pak het op!!

  

                                          Klik hier voor meer informatie                                                

Facebook